Geschiedenis

Voordat Djenghis Khan aan de macht kwam in 1206 leefden de stammen verspreid over het land. Iedere stam had zijn eigen khan met zijn eigen regels, normen en waarden. Djenghis Khan verenigde de stammen. Voor de verdere geschiedenis over de gebeurtenissen tijdens het Mongoolse Rijk verwijs ik u naar de artikelen Djenghis Khan, ontstaan van het Mongoolse Rijk et cetera.

Het Mongoolse Rijk is het grootste Rijk dat ooit op het land veroverd is. In 1267, onder leiding van Koeblai Khan, waren de eerste scheurtjes herkenbaar. De families kregen steeds meer onenigheid onder elkaar. Elke familie had zijn eigen grondgebied verspreid over het gehele Mongoolse Rijk. Koeblai Khan verplaatste de hoofdstad van Kharkhorin naar Beijing. Hier werd hij keizer van de Yuan dynastie. Officieel was hij nog steeds leider van het gehele Mongoolse Rijk, maar hij liet zijn neven vrij om te regeren om op hun eigen manier op hun eigen grondgebied. In 1294 overleed Koeblai Khan en dit was het einde van het Grote Mongoolse Rijk. Het Rijk viel uiteen in 4 gebieden: het Ilkhanaat, de Gouden Horde, China en het Khanaat van Chagatai. De zoon van Koeblai Khan regeerde verder in China. In 1368 viel de Ming dynastie Beijing binnen. Dit betekende het einde van de Yuan dynastie en daarmee de laatste nazaat van Djenghis Khan in China.

1380

In het jaar 1380 werd het overgebleven Mongoolse Rijk van twee kanten aangevallen. De Russische prins Dmitriy Donskoy viel de Gouden Horde aan en won van de nazaten van Batu Khan. Vanuit het zuiden kwam een andere bedreiging. De Ming dynastie van China verwoestten de voormalige Mongoolse hoofdstad Kharkhorin.

1636

De Qing dynastie, ook bekend onder de naam Manchu, leefden in het noordoosten van China. Hun machtsbasis lag buiten de Chinese Muur. Zij waren erg verwant met de Mongolen. Hun schriftstelsels leken op elkaar. De Qing hadden een sterke militaire macht in het noorden en vormde in 1636 een staat. Ze veroverden het zuiden van Mongolië en creëerden Inner Mongolië. Jaren later, in 1644, vielen de Qing Beijing binnen versloegen de Ming dynastie, die Koeblai Khan had verslagen. De Qing regeerden tot 1912 in China. Mongolië werd als een buitengewest door China bestuurd. Eeuwenlang is hier geen verandering in.

1911 – 1924

De Chinese Qing dynastie heeft steeds minder macht over het grote gebied. In 1912 valt de Qing definitief en ruimt het veld voor de Republiek China.

In 1911 verklaarde Mongolië zich onafhankelijk door de 8ste Bogd Gegeen. Hij was een verre afstammeling van Djenghis Khan. Een Bogd Gegeen is een verlichte uit het Boeddhisme. De eerste was Zanabazar en werd in 1639 benoemd tot leider der Boeddhisten. Hij mag alleen een afstammeling zijn van het Tibetaanse Boeddhisme. Een Bogd Gegeen mocht van de Qing dynastie de titel dragen, maar niet regeren.De 8ste Bogd Gegeen werd de eerste boeddhistische leider, die ook leider van Mongolië werd en de titel ‘Khan’ aannam. Hierdoor wordt hij vaker ook Bogd Khan genoemd.

Mongolië verklaarde zich in 1911 onafhankelijk, maar China erkende dit niet. Van 1912 tot 1919 was Mongolië een autonome staat onder bescherming van Rusland. In 1919 werd het wederom een Chinese provincie tot 1921.

Onafhankelijkheid

Op 1 december 1911 verklaarde een onafhankelijke regering van Buiten-Mongolië het land autonoom van het revolutionaire China, maar deze autonomieverklaring werd niet door China erkend. Toen een Mongoolse delegatie het echter voor elkaar kreeg om Mongolië onder Russische bescherming te plaatsen (1912) zag de Chinese regering ervan af om Mongolië opnieuw te annexeren. Direct na de onafhankelijkheid werd de Bogd Haan (een tulku) Jebtsundamba koetoektoe (priester-koning) van Mongolië. In 1913 sloot het land een verdrag met Tibet inzake wederzijdse steun.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog trachtte de Chinese generaal Soe (bijgenaamd ‘Kleine Soe’ vanwege zijn kleine gestalte) tevergeefs om Mongolië weer onder Chinees gezag te brengen. Een groep pro-Russische jonge Mongolen, onder leiding van Tsjoibalsan, wisten Soe en zijn mannen in 1919 uit Mongolië te verdrijven.

Op 4 februari 1921 viel Mongolië in handen van een Baltische aristocraat: baron Roman von Ungern-Sternberg. Generaal Von Ungern, die meende een reïncarnatie te zijn van een lamaïstisch heerser, trad op als dictator en verdreef koetoektoe Jebtsundamba. Op 1 maart 1921 stichtten jonge revolutionaire Mongolen in het Russische Kjachta, nabij de Mongoolse grens de Mongoolse Volkspartij. De oprichters, Zamcarano, Tsjoibalsan, Dandzan en Soeche Bator, streefden naar een pan-Mongoolse staat (dat wil zeggen hereniging met de Mongoolse gebieden die in Sovjet-Rusland en China lagen), naar socialisme en nationalisme.

Met behulp van het Russische Rode Leger wisten zij in juli 1921 een einde te maken aan de bezetting van Mongolië door de Witte Legers van Ungern-Sternberg. De koetoektoe Jebtsundamba werd in zijn waardigheid hersteld, hoewel zijn macht drastisch werd ingeperkt. Held van de nieuwe staat was de stenograaf Soeche Bator, één der oprichters van de Mongoolse Volkspartij, en tevens één van haar bestuurders. De Mongoolse Volkspartij werd de belangrijkste factor in de samenleving. In 1923 overleed de nationale held, Soeche Bator, op dertigjarige leeftijd. De revolutionairen van de Mongoolse Volkspartij doopten de hoofdstad Urga (Oerga) om in Ulaanbaatar (Oelan Bator), wat ‘Rode held’ betekent.

Volksrepubliek Mongolië

Op 20 mei 1924 overleed de koetoektoe Jebtsundamba en werd de ‘Volksrepubliek Mongolië’ uitgeroepen. De naam van de Mongoolse Volkspartij werd veranderd in Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MRVP; Mongoolse afk. MAKN), die een duidelijk links en socialistisch programma aannam, hoewel nog niet marxistisch. De voorzitter van de Grote Staatshural (parlement) werd het staatshoofd van het land. In de loop van de jaren dertig werden Sovjet-kritische en niet-communistische elementen in de MRVP uitgerangeerd.

In 1935 verklaarde Gendoen, een oud-premier en lid van de MRVP, dat het sovjet-economische systeem (plan-economie) niet geschikt was voor Mongolië. Dit leidde tot zijn val en in 1937 werd hij terechtgesteld. De partij en de staat werden gezuiverd. Dit ging gepaard met de opkomst van maarschalk Chorloogijn Tsjoibalsan, een keiharde stalinist. Tsjoibalsan en diens aanhangers vernietigden een groot deel van de kloosters van het lamaïsme en maakte het gelovigen moeilijk om hun geloof te praktiseren. Daarnaast verdwenen veel monniken en nonnen in gevangenkampen. Ook intellectuelen werden gevangengezet en hard aangepakt. Vanaf halverwege de jaren dertig werd de landbouw gecollectiviseerd en werd het de nomaden dusdanig moeilijk gemaakt, dat zij niet meer konden rondtrekken door het land. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Mongolië aan de kant van de Sovjet-Unie.

In 1939 vond er een grensconflict plaats tussen het Mongoolse leger en de Japanners (die de Mongoolse grens waren genaderd tijdens hun veldtocht tegen China). De Mongolen werden bijgestaan door Russische troepen onder bevel van maarschalk Zjoekov. Dit korte gevecht leidde tot een zege voor het Mongoolse leger (dat ten opzichte van het inwonertal vrij groot was). Op 9 augustus 1945 erkende China de onafhankelijkheid van Buiten-Mongolië, waardoor de spanningen met dat land afnamen. Later worden de relaties tussen de landen verbeterd.Tussen 1949 en 1955 werd de spoorweg aangelegd door Mongolië om Rusland met China te verbinden.

1966 – 1986

De General-Secretary van de Sovjet Communist Party Brezhnev tekent in 1966 een vriendschapsovereenkomst in Ulaan Baatar. Hiermee krijgt hij toestemming om in het geheim Sovjet troepen te stationeren in Mongolië. In 1973 verdenkt Mongolië China ervan dat zij plannen hebben om Mongolië te annexeren. Er werden protesten gehouden tegen de Chinese leiders. De Sovjet troepen trokken zich terug uit Mongolië. Ook werden er Chinese burgers het land uitgezet.

Vanaf de jaren zestig werd de Mongoolse cultuur weer opgewaardeerd en werd de rijke historie van het land opnieuw bestudeerd door geleerden, nadat het historisch onderzoek sinds het einde van de jaren twintig stil was gelegd. Op 11 juni 1974 ruilde Tsedenbal het eerste ministerschap voor het voorzitterschap van het presidium van de Grote Staatshural. Hoewel Tsedenbal in 1982 werd herkozen als secretaris-generaal van de partij, werd hij in 1984 afgezet door een groep gematigde communisten onder leiding van Jambyn Batmönh. Tsedenbal werd ook afgezet als staatshoofd. Batmönth werd zowel voorzitter van de Grote Staatshural als secretaris-generaal van de MRVP.

Democratische revolutie en recente geschiedenis

Na Michail Gorbatsjovs opkomst in het Kremlin en diens perestrojka trachtte de staatsleiding in Mongolië om meer democratisering in te voeren. In 1989 werd Mongolië officieel een meerpartijenstaat.

In maart 1990 werd Gombojavyn Ochirbat partijleider van de MRVP en voorzitter van het presidium van de Grote Staatshural. Deze laatste functie werd echter vervangen door die van president. ‘volksrepubliek’ in de landsnaam van Mongolië werd vervangen door ‘republiek’. Bij de verkiezingen bleef de MRVP de grootste partij. Van 1996 tot 2000 was dat de MNDP (Mongoolse Nationaal Democratische Partij).

In 1997 werd Natsagiyn Bagabandi (MRVP) president van Mongolië. De nieuwe leider van de MRVP werd Nambarin Enkhbayar, die een groot hervormingsproces uitvoerde wat uiteindelijk leidde tot lidmaatschap van de Socialistische Internationale. In 2000 won de MRVP 72 van de 76 de zetels in de Grote Staatshural, en minimaliseerde aldus de oppositie. Dit kon gebeuren met slechts 55 procent van de stemming door het kiesmannenstelsel waarbij elk gebied een kandidaat voor het parlement aanlevert.

Begin februari 2001 schonk de UN $8,7 miljoen aan de nomaden. Zij leden op dat moment de strengste winter in meer dan 50 jaar. In oktober van datzelfde jaar keurt de IMF een bedrag van $40 miljoen goed door lage renteleningen over drie jaar uit te keren om de armoede tegen te gaan en het land een economische groei te geven.

In november 2002 bezoekt de Dalai Lama Mongolië. China is hier fel op tegen en waarschuwt de Mongoolse leiders om de Tibetaanse spirituele leider niet te ontmoeten.

Rusland scheldt de Mongoolse schulden van $300 miljoen vrij in 2004.

De onvrede van de bevolking groeit. In 2005 waren er protesten in de hoofdstad die eisten dat er een einde komt aan armoede en corruptie. Deze corrupte is veelal te vinden in de mijnbouw. Toch wint de MPRP de presidentiële verkiezingen met Enkhbayar. In datzelfde jaar bezoekt President George W. Bush als eerste leider van de V.S. Mongolië. Een paar jaar later, juli 2008, gaf president Enkhbayar toestemming om de rellen die in de steden woedden dicht te slaan. Deze rellen ontstonden doordat de oppositie het niet eens was met de uitslag van de verkiezingen. Zij vonden dat de verkiezingen onterecht waren verlopen. In mei 2009 waren de laatste verkiezingen. Daar heeft de democratische partij onderleiding van Elbegdorj gewonnen, zij het met een kleine marge. De MPRP heeft de uitslag geaccepteerd.

Bronnen: